Verhalen voorbij……

Wonderlijk. Het leven. Of eigenlijk meer nog;  hoe we denken het leven te kunnen vangen in verhalen. Knappe constructies, veelal gemaakt in een hoofd.  Soms bedoeld als inspiratie; waarmee we onszelf en anderen willen verheffen.  Als troost, omdat niet al te onstuimig verdriet zich laat stelpen door een welwillende pleister.  Maar vaker nog  als legitimatie voor gemaakte keuzes.  Als argumentatie in een dispuut . Voortkomend uit een belang. Vaak een persoonlijk belang.  Belangen willen gediend en verdedigd worden. En dus koesteren we onze verhalen. Sterker nog; we leven erin.

Meningen. Beschouwingen. Duidingen. Verkenningen. Begrotingen. Verklaringen. Uitlatingen. Allemaal verhalen. Ze kunnen over de bankenzwendel gaan, de economische crisis, Griekenland of “onze” euro. Of over religies en het grote Kwaad of Goed dat uit naam van al die Goden plaatsgrijpt. Ook mijn coachingskandidaten hebben allemaal persoonlijke stories, zoals mijn vrienden en kinderen hun eigen verhalen. Maar het meest moe ben ik inmiddels van hetgeen ik mezelf allemaal vertelde.

Ik heb het al een tijdje gehad met verhalen. Ik lees dus ook liever niets meer over het politieke pluche, haar zetels en de mondiale machtsverhoudingen. Het is namelijk voor mij overduidelijk dat daar de waan regeert. Niet het hart, niet eens het hoofd. Waan is meester en spint fantastische eendagsverhalen. Iedere dag een ander plot.

Ook de financiële crisis en haar spindoctors kunnen aan mij hun teksten niet meer kwijt. Onzekerheid heb ik al genoeg van mezelf en hoeft dus niet gevoed te worden.  En daarnaast wil ik mij niet meer lenen om als klapvee te dienen voor genante luchtkastelen die zich niet langer zelfstandig op duizelingwekkende hoogte kunnen manifesteren.

In mijn coachingswerk wil ik al heel  lang aan het verhaal voorbij. Want hoewel we allemaal recht hebben op onze eigen waarheid of zelfgecreëerde werkelijkheid;  de realiteit is altijd groter. Dus motiveer ik mensen om uit hun verhaal te stappen en te gaan bezien welke wereld ze dan aantreffen. In zichzelf maar ook daarbuiten. Verhalen kaderen in, zeker die door ons zelf gemaakt zijn om onze keuzes te rechtvaardigen. Om ons gedrag te verklaren of te verdedigen. Om een antwoord te hebben op vragen vanuit de omgeving. Ons hoofd is te begerig. Te productief in het genereren van mentale constructies, hersenspinsels.  Vaak niet eens creatief. Stap dus uit het geregisseerde verhaal, regelrecht de magie van het nieuwe in. Het vereist moed, dat wel. Niet iedereen is bereid zijn eigen illusies te smoren.

En ikzelf? In deze wereld vol met Babylonische verhalen kun je alle kanten op verdwalen, dat heb ik dan ook jaren gedaan. Me verloren in dingen, mensen, projecten, visies, meningen. Heel druk. Heel dynamisch. Veel gebaren, altijd tekst. Dat is niet langer zo. Het wordt leger;  in en om mij. De verhalenkakofonie neemt af, rumoer verstomt. Wellicht ga ik dus binnenkort verstaan wat het leven zelf vertelt.

Hard tegen hart

Het is herfst. De natuur ontdoet zich, bladeren vallen. In mijn tuin is het een feest van kleurrijke onthechting. En wat niet vanzelf gaat, wordt een handje geholpen. Mijn tuinman hanteert niets ontziend zijn snoeischaar. Zelfs onze bijzondere plataan ontkomt er niet aan. Ook die gaat jaarlijks naakt. Terwijl die nog wel geplant is als triomf, mijn zoons victorie op kanker . Alleen daarom al weet ik dat kaalslag geen bestemming is, maar onderdeel van een veel groter plan.

Kaalslag. Ik weet er alles van. In 2007 werd alles waar ik op bouwde onder me vandaan getrokken.Mijn partner, type rots in de branding bleek een fata morgana. Een van mijn vriendinnen een Troyaans paard. Mijn huwelijk geen sprookje, maar een luchtkasteel . Alles van waarde, waar ik aan hechtte bleek weerloos. Bloedend hart, lege handen.

De ontmanteling van een huwelijk is een project. Dat wordt gemanaged door mediators, advocaten, registeraccountants en notarissen. Je staat erbij en je kijkt ernaar. Afscheid nemen van een liefde daarentegen is een proces. Wat je alleen zelf aan kunt gaan. Als je de moed hebt tenminste. In je eigen ritme, maar volgens de volksmond moeten alle seizoenen er minstens één keer overheen.In mijn geval seizoenen van meerdere jaren zelfs. Het was tenslotte een grote liefde. Zijn verraad bepaald niet minder. En mijn pijn overtrof zelfs mijn eigen verwachting.

Mijn scheiding betekende aanvankelijk een tocht door Mordor. En hoewel ik me, net als Frodo in Lord of the Rings, vergezeld wist van mijn eigen fellowship was de queeste door dit mythische Kwade Zwarte land mijn reis. Dus was het er hels, angstwekkend en eenzaam. Ik had nameliijk ook een ring te offeren. En dat viel me zwaar. Want Mordor is rijk aan schaduwen waar je moeilijk aan ontkomt. Vooral die van mezelf bleken volhardend en hardnekkig. Met de wijsheid van nu kan ik zeggen dat mijn kracht om ze te bevechten gelijke tred hield met mijn weerstand er tegen. Beiden waren legendarisch. Totale uitputting het gevolg.

Groot was dan ook mijn verrassing toen mijn breekpunt niet mijn eindpunt bleek. Maar juist een transformatie. De Doemberg werd mijn Louteringsberg. En hoewel het bestijgen van die berg me niet direct tot God voerde (zoals in het geval van Thomas Merton) bracht het me wel helemaal terug tot mezelf. Door echt mijn verlies te “nemen” werd ik bevrijd. Mijn opgave was overgave. Eenmaal de symbolische witte vlag in mijn handen opende die veel nieuwe deuren. Naar andere dimensies.

Natuurlijk heeft mijn scheiding me veel gekost. In één bepaald opzicht zelfs meer dan me lief is. En dat is het feit dat een scheiding niet zozeer een relatie opbreekt, maar een gezin. En dat gemis, die zure pijn, blijft zeuren. Kan niet gecompenseerd worden. Niet door een nieuwe partner. Ook niet door nieuwe samengestelde gezinsconstellaties. Dat resteert.

Maar het heeft me ook veel gebracht, al heeft het even geduurd voordat ik het zo kon zien ( en belangrijker) ervaren. Voordat ik voorbij de sluiers van verlies durfde te kijken. Bereid was een aantal illusies af te leggen. Zelf veel van iemand houden betekent namelijk niet automatisch dat er van jou gehouden wordt. Liefde zegt, in de kern, niets over de ander waarop het geprojecteerd wordt, het zegt iets over het vermogen van een hart. Mensen hebben talloze motieven om relaties aan te gaan; en wat voor de één een heilig commitment is, is wellicht slechts een tijdelijke coalitie voor de ander. En heel worden, jezelf zijn, is niet altijd een kwestie van toevoegen. Soms juist ontstaat het door een tegengestelde beweging. Moet je afleggen, ontdoen, wegsnijden. Ik werd gesnoeid, kaalgeslagen. Ik bloedde.Niet als bestemming, maar als deel van een groter plan. De natuur weet dat. Het bestaan weet het. Ik nu ook. Het was hard tegen hart, maar ik bloei.

Secrets, riddles and red pills

Een aantal jaren geleden was het een ware hype. “The Secret”. Boek, dvd. Een waarlijk halleluja golfde zich de hele wereld over. Schrijfster Rhonda Byrne noemde het zelf; “het geheim van voorspoed en geluk”. Het verhaalt over een eeuwenoud geheim voorbehouden aan een kleine kring van ingewijden zoals Plato, Galileo en Einstein. Hoe zij hierdoor alle tegenslagen konden overwinnen en rijkdom en succes verwierven. En hoe deze elite nu bereid was dit Geheim met ons te delen.“The Secret” werkte direct op mijn weerstand en allergie. Gigantische jeuk. En niet omdat ze deze spirituele schatkamer eerst eeuwen voor zichzelf gehouden hadden. Ik heb gewoon een afkeer van geheimen.

Het woordenboek omschrijft geheimen als; informatie die verborgen wordt en bestemd is dat te blijven. Vaak alleen toegankelijk voor een kleine groep ingewijden. Zoals een elitair genootschap of familie. Het is waarschijnlijk de laatste toevoeging, familie, die geheimen voor mij een negatieve lading geeft. Ik ken veel families met geheimen en die last wordt zwaar gedragen. Generaties lang. Het geheimenspook reikt ver. Ik zie het regelmatig in mijn praktijk, ik zag het hartverscheurend uiteen gezet in workshops familieopstellingen. Een geheim voelt zwaar, maakt onvrij. Het distantieert, het maakt verschil en zorgt er voor dat mensen op hun hoede zijn. Bewust of onbewust. En in het ergste geval zet het mensen in een kramp, verlamt het hun energie en slaat hen figuurlijk dood. En ja, ik realiseer me dat er ook “leuke” geheimen zijn. Een voorgenomen huwelijk, een zeer premature zwangerschap, een gewonnen lot uit de loterij. Natuurlijk; soms wil iemand graag delen in een hele kleine kring. Onschuldige geheimen, dartel en veelbelovend. En toch, zelfs op momenten waar ik deel in dit soort heimelijk genot zet het me vast. In mijn hoofd. Zeer, te zeer bewust van het feit dat deze kennis niet bedoeld is om te delen. Niet over te praten. Verbod als breinpositie. Ik hou er niet van.

Leuker vind ik raadsels. Onschuldiger. Een raadsel is een oplosbaar probleem waarbij de oplossing gevonden kan worden door de gegeven omschrijving en het gezond verstand te combineren. De charme van het raadsel is de onverwachte wending. Voorbeeld; als boom staat tot huis, wat is dan fiets min bus? Ik geloof dat het mijn leraar economie was (Havo 3) die dit raadsel opgaf als voorbeeld van lateraal denken. Heerlijk vond ik dat. Jaren later kreeg ik deze voorgelegd, van een heel ander soort leraar; “wat is het verschil tussen een lege bladzijde en een onbeschreven blad”. Onnodig te zeggen dat ik die nog veel fijner vond.

Het meest houd ik echter van het mysterie. Een zaak of proces met een verborgen betekenis. Onverklaarbaar voor het verstand. Ik vind het mooi als een verstand tegen zijn beperking oploopt. Omdat realiteit nu eenmaal geen lineair verschijnsel is. Mijn hele leven ben ik al geïntrigeerd door ervaringen waarin het leven zich van onvermoede kanten laat zien. Als ik weet krijg van een bestaan dat extra dimensies blijkt te hebben. Als een weggetrokken sluier een heel andere perspectief doet oplichten. Als patronen doorbroken worden en er een hele nieuwe werkelijkheid ontstaat. Nieuw inzicht leidt tot ander uitzicht. Dit gegeven wordt in de Matrix-trilogie duizelingwekkend uiteen gezet. “You’ve felt it your entire life. That there’s something wrong with the World. You don’t know what is is, but it’s there, like a splinter in your mind, driving you mad. The Matrix is everywhere. It is the World that has been pulled over your eyes, to blind you from the truth. A prison for your mind”. (Boek; Like a splinter in your mind/ philosophy behind the matrix trilogy – Matt Lawrence).

De hardnekkigheid van conditionering. Het venijn van algemene normeringen. De verdoving van niet zelf getoetste overtuigingen. Het pad van de massa leidt zelden tot een magisch woud. Veel mensen zijn dol op georganiseerde reizen, niet op een ontdekkingstocht. Daar staat dan weer tegenover dat het alleen-pad niet slechts individueel maar soms ook pijnlijk eenzaam is. Dat het moed vereist om voorbij sluiers te durven kijken. Soms kijk je namelijk een afgrond in. Dat niet alleen; zij staart terug. Geen bril (referentiekader) die je daartegen beschermt.

48 jaar ben ik nu. En het enige wat ik op dit moment met zekerheid over het mysterie kan zeggen, in welke vorm dan ook, is dat het altijd om vrijheid gaat. In hoofd, hart en ziel. Daar waar een geheim bindt, vastbindt zelfs, maakt het doorgronden van een mysterie vrij. Of het nou om leven, dood of liefde gaat.

Het is inmiddels 4 jaar geleden dat mijn oudste zoon zijn vader een lied en songtekst liet horen. Het heet; “The riddle, van de band Five for Fighting”. Mijn zoon was 13, zijn vader 46. De laatste dacht inderdaad dat het slechts om een raadsel ging. Mijn zoon wist beter. Het gaat hier om een mysterie. http://www.youtube.com/watch?v=WhnpgFD82Io

On-voltooid

Vandaag niet iets van mijn hand.

Maar een uitspraak van mijn broertje – Patrick Steenbakkers- .

Vergezeld door het laatste, niet afgemaakte, schilderij van mijn vader…..

“De mens is geroepen een werk op zich te nemen

dat hij niet kan volbrengen,

waar hij binnen de eindige vorm, 

vat wil krijgen op de oneindigheid” .

april 2011

Rentmeesterschap

Ik krijg de laatste tijd nogal wat bijzondere getuigenissen onder ogen. Brieven, kaarten, hele ontboezemingen. Sommigen in bibberig geschrift, anderen ferm op papier neergeschreven. Wat ze gemeen hebben is dat het allemaal odes zijn; lofzangen op het leven van mijn stervende vader.

Ik wist als kind al dat ik een bijzondere vader had. Wat niet gelegen kan hebben aan onze gesprekken; wij spraken toen nog niet zo veel. Maar ik vermoed dat ik het voelde. Toen al. Er is, tussen ouders en kinderen, een weten dat aan woorden of gedrag voorbij gaat. Het was dan ook die overtuiging die mij, als kind of puber, de Brabantse woorden volmondig deed beamen die in mijn geboortedorp regelmatig, door voor mij volkomen vreemden, werden uitgesproken. “Bende gij er inne van Steenbakkers? Piet Steenbakkers? Ja? Das nog ins unne goeie mens. Wanne goeie mens. Doede gij um de groeten”?

Mijn vader heeft niet duizelingwekkend groots en meeslepend geleefd. Sterker nog; lang was het bikkelen op de vierkante meter. Iedere jeugd garandeert zijn eigen trauma’s en die van mijn vader waren legio. En, omdat zijn puurheid hem weerhield om op anderen te gaan staan om zelf groter te lijken, is hij jaren kleiner gemaakt en gehouden dan hem lief was. Gelukkig wist hij zich op een gegeven moment gesteund door mijn moeder. Mijn aardse sterke moeder, die hem, vanuit haar eigenheid, dwong in het leven zoveel mogelijk zijn eigen plek in te nemen.

Het leven van mijn vader heeft zich volledig afgespeeld in een middelgrote dorpsgemeenschap in Brabant. Waarin hij zijn geloof, zijn hoop en zijn liefde vorm gaf door goed te doen, steun en bemoediging te geven aan iedereen die een beroep op hem deed.Desalniettemin; toen de tsunami’s een aantal jaren geleden elders hun verwoesting aanrichtten was hij een van de eersten die daar eigenhandig hielp om de boel letterlijk en figuurlijk mee op te bouwen. Hij had nu eenmaal een timmermansoog; niet alleen voor zijn bouwwerken en andere creaties, maar vooral ook voor de noden van een ieder. Het dreef mijn moeder wel eens tot razernij; dat altijd maar klaarstaan voor anderen. Want steeds als mijn vader zijn diensten leverde, leverde zij aan ruimte in. Ook was hij een matig ondernemer. In de wereld van mijn vader verstonden materie, tijd en geld zich nu eenmaal slecht ten opzichte van het toevoegen van waarde.

In de aanstaande feitelijke nalatenschap van mijn vader zitten talloze bouwkundige creaties, timmerwerken, meubels en prachtige schilderijen. Toch is dat niet hetgeen uiteindelijk zal beklijven. De vele brieven, gesprekken en loftuitingen geven blijk van een ander soort erfenis. Getuigen van het feit dat hij in zoveel levens een wezenlijk verschil maakte. Het tij deed keren. Een lichtend voorbeeld was. Een hand uitreikte toen het nodig was. Onbaatzuchtig. Dienstbaar. Een echte vriend.

Het zijn echt niet alleen de titanen die hun imposante voetafdruk in deze wereld achterlaten. Het zijn vooral mensen zoals mijn vader die, door hun doen en laten, bijna als vanzelfsprekend groots voortleven in de harten van al diegenen die zij raakten.

Een aangekondigde dood

Als je vader sterft, zeggen de Wijzen, verlies je je bescherming tegen slecht weer.

Vanaf dat moment zul je jezelf moeten wapenen tegen zware regen en windvlagen.

Ik kan dus maar beter zorgen dat ik binnenkort een grote paraplu bemachtig. En een winddicht jack.

Als je vader sterft, zeggen de Wijzen, veranderen je voetsporen.

Vanaf dat moment zul je namelijk in je eigen schoenen moeten lopen.

Ik kan dus maar beter zorgen dat ik binnenkort nieuwe stevige stappen zet.

Als je vader sterft, zeggen de Wijzen, wijzigt de klank van het heelal.

Vanaf dat moment zal de echo van zijn leven daarin doorklinken.

Ik kan dus maar beter zorgen dat ik mij binnenkort inspan om zijn eigenheid te blijven horen.

Als je vader sterft, zeggen de Wijzen, doet dat iets met de Zon.

Vanaf dat moment zal zijn energie mede de intensiteit van de zon bepalen.

Ik kan dus maar beter zorgen dat ik binnenkort vaak buiten ben om zijn warmte op mij te voelen.

Als mijn vader binnenkort sterft, zeg ik, verandert dus mijn hele wereld.

Maar levens lang koester ik mij al in jouw liefde, papa

en zelfs deze dood zal niks af doen aan jouw licht !!

Tijd is slechts een (on)willekeurige beweging…

Ik en tijd; wij begrijpen elkaar niet. Niet echt. Niet wederkerig in ieder geval. Want hoewel ik overduidelijk haar ritme volg, word ik vervolgens door haar achterhaald. Om op een ander moment weer in te lopen. Vreemd. Soms onbegrijpelijk zelfs.

Tijd als lineair fenomeen snap ik.  Mijn dagen en nachten laten zich vangen in een matrix. Ik leef braaf  volgens een agenda van uur en op tijd.  Planning is voor mij plausibel en prettig gezien de veelheid aan activiteiten.  Mijn doen en daden laten zich meten en coderen  in een duidelijk tijdsverloop. Chronologisch. Heerlijk,  ik houd van zaken met een kop en een staart. Mijn afspraak van 9 uur gaat aan die van 11 vooraf. En, hoewel  klaarblijkelijk beiden vrij bar van aard, speelden de Middeleeuwen zich ruim na de Prehistorie af. Kijk, zo’n (tijds) lijn kan ik volgen.

Maar soms lijk ik door de tijd heen te vallen. Zoals Alice in Wonderland, tumbling through the rabbithole. Voorzie iets wat we doorgaans gemakshalve de toekomst noemen.  Ervaar iets wat zijn tijd vooruit is. En dat is een lastige beweging op een chronologische lijn. Zo liet de ontmanteling van mijn huwelijk zich aankondigen door middel van een beeld wat anderhalf jaar later pas realiteit zou worden. Voorbij de sluiers van tijd en ruimte schrijven de Goden duizelingwekkende scenario’s. En zo nu en dan behaagt het de goddelijke communicatie-afdeling om daarvan een “trailer” voortijdig onze kant op te sturen.

Maar met net zoveel gemak val ik de andere kant op. Het verleden in. Een geur of verloren gewaande smaak kan me zo mijn kindertijd in slingeren. Dan proef ik weer de cacao zoals alleen mijn oma die maken kon, zit ik aan haar tafel met rood/blauwe pers, tegenover een dressoir met foto’s van al haar kinderen. Een galerij van liefde, netjes op een rijtje. Met daarin ook ruimte voor hen die al vroeg het leven lieten.

Tijd is niet alleen lineair. Tijd heeft vele dimensies. Is te manipuleren. We kennen al een soort van tijdmachine. Een transporteur van nu naar terug. Van nieuw naar oud. We noemen het “herinneringen”. En die worden opgeroepen door geuren, beelden, smaken, muziek. Met name de laatste gaat door alle afweermechanismes heen. Ieder mens ruilt ogenblikkelijk, voor even, “de realiteit” voor een andere tijd in.

Een tijd geleden vertelde ik aan een vriend een anekdote over zijn vader. Dat verhaal was mij verteld door een oude vrouw die zijn vader vroeger gekend had. En mijn vriend, die er van overtuigd was dat hij de dood van zijn vader goed verwerkt had en een prima plek had gegeven, barstte in tranen uit. Het verhaal over zijn vader raakte  aan een oud verlangen en een diep gemis. En zijn pijn was op dat moment net zo actueel en in de tijd als dat het oud en gedateerd was.

Sommige ervaringen dragen een eeuwigheidstempel. Andere zijn eendagsvliegen. Maar soms wordt je, in de zogenaamde lineaire realiteit, door iets ouds keihard op je ziel gekust. Tijd doet dan gewoon even niet mee!

Thuis komen… in jezelf

 

Ik was dertien toen ik het woord voor het eerst in zijn oorspronkelijke betekenis uitgelegd kreeg. Tot die tijd kende ik vooral het gevoel. Maar toen het woord geduid werd, voelde ik het niet alleen in mijn lichaam. Het ontplofte als het ware in mijn gezicht.
“Heimweh”; een droefenis vanwege het gemis van het huis dat je verlaten moest”. Waarmee een verlangen of weemoed wordt uitgedrukt naar de geborgenheid en zekerheid van het bekende, van thuis. Waarna mijn poëtische Duitse leraar vervolgde dat het niet enkel letterlijk gold. Maar dat vele Duitse dichters en schrijvers heimwee als structurele zielpijn voelden en dat het de basis was van creatieve schoonheid.

Weten overstijgt kennis. Kennis nestelt zich in een hoofd. Weten gaat veel verder; het is een ervaring. Kennis is ijl en inwisselbaar. Weten is manifest. Kennis is vaak van anderen. Weten is van mij. Heimwee als duiding was van mijn leraar. De pijn was echter mijn eigendom.

13 jaar oud was ik. Nog nooit verhuisd. Maar ook nog nooit “thuis” geweest. Een vooral stil vermoeden dat ik van elders kwam. Te vondeling was gelegd. Vanwege onbestemde redenen op de stoep gedropt, voor de deur van wat later mijn geweldige familie zou blijken. Maar met het gemis van elders en anders, het huis wat ik verlaten had. Een gevoel wat ik overigens deelde met mijn vader, die daar ook zijn hele leven al last van had. Deze vorm van pijn is diep en oud, zeker in mijn bloedlijn.

Maar ik had ook last van de milde variant. Ziek worden op logeerpartijtjes. Koorts en misselijkheid. Ontheemd voelen op jeugdkampen. Het hartverscheurend missen van alles wat ik lief had.
Op mijn 17e jaar verhuisde ik voor de eerste keer. Ik ging samenwonen met een grote liefde. In Den Bosch, een stad waarop ik mij zeer verheugde. En toch. Het eerste etmaal heb ik alleen gekotst en gehuild, in de armen van degene die mij zeer liefhad maar mij die 24 lange uren niet echt bereiken kon. Daarna ben ik nog vijf keer verhuisd. Iedere keer ging het met opwinding, nieuw perspectief en diep gemis gepaard. Zeer ambivalent. Zeer stresserend.Ik wil mijn huizen niet verlaten. Onwetend van hoe welkom ik elders ben.

Mijn “sehnsucht” heeft mij veel gebracht. Aan alles van waarde gaat een eindeloos verlangen vooraf tenslotte. Melancholie is een rijke voedingsbodem. Menig gedicht, schilderij of indrukwekkende roman vindt hierin zijn basis. Dat geldt bepaald niet minder voor de levenskunst. Mijn altijd aanwezige gevoel van subtiel gemis liet zich prachtig compenseren. In teksten, in beelden, tijdelijke genootschappen. Vriendschappen en relaties. Zelfs in mijn carrière. De hartstocht waarmee ik mijn teams smeedde was niet van deze wereld. Succes heeft veel vaders. En ik was een dochter die ze allemaal zocht.

Ik kan het exacte moment niet duiden. Maar stukje bij beetje heb ik aan eigen terrein gewonnen. Soms met letterlijke hink-stap-sprong. Met figuurlijk vallen en opstaan. Met eigen bloed, zweet, lach en tranen heb ik een fundament gebouwd. Bij tijd en wijle nog steeds melancholisch. Maar met veel minder gevoelens van gemis. Ergens onderweg naar nu ben ik dus thuis gekomen.

Trick or Treat; een donker sprookje….

Het lot kan wreed zijn. Niemand die dat inmiddels meer zal beamen dan ik. Ook niemand tegen wie ik dat zou kunnen doen overigens. Veroordeeld tot mezelf en mijn eigen gedachten. Overwegend zwart, hoop is een luxe die ik me niet kan permitteren. Getergd tot het uiterste: schuldgevoel heeft niet veel  goeds in petto voor de drager ervan. En schuldig ben ik. Ik werd weliswaar “gehaald” onder valse voorwendselen maar kan moeilijk beweren dat ik het haar lastig heb gemaakt. Eén vervloekte  vraag en mijn eigen antwoord heeft me de das om gedaan. Het zijn zelden de vragen die een bestaan geheel op zijn kop zetten en doen kantelen. Het zijn de antwoorden, ondoordacht gegeven. “Trick or Treat”. Elke keuze heeft consequenties. Bij mij stopte de tijd.

U echter, uw wereld draait tot nu toe door, een bijna vanzelfsprekende beweging. Bijna, zeg ik. Niet lichtvaardig bedoeld. Want hoewel mijn lot wreed is, ben ik dat ook. Er zijn in uw wereld nog steeds veel dingen mogelijk. En hoewel u het zich vermoedelijk nu onvoldoende realiseert bestaat de kans dat wij elkaar gaan ontmoeten. Eventjes maar. Mocht dat zo zijn dan is het lot ook u niet gunstig gezind geweest. Daar spijt mij persoonlijk weinig aan; u  bent namelijk mijn poort naar bevrijding…… 

Het was een drukke dag geweest. Al vanaf het moment waarop zij, enigszins verward,  wakker was geworden. De nacht en haar droom hadden op de een of andere manier een beklemmende indruk achter gelaten. Een soort mist in haar hoofd. Snel schudde ze de klamme deken van zich af en spurtte richting badkamer. Vanaf dat moment zou een veelheid van activiteiten haar dag bepalen. Gelukkig zaten haar kinderen in een voor hen zeldzaam standje “meebewegen”. Het ontbijt was zelfs best gezellig geweest. En ook  de files tussen school en werk hadden dit keer voor weinig vertraging gezorgd. Ze was  ruim op tijd in het theater. Wat voor een regisseur, één dag voor de première, een zegen is. Morgen, 1 november 2010, debuteert haar toneelstuk “Aliens;  Angels, Demons or Frogs”,  een eigen bewerking van die spraakmakende Amerikaanse bestseller. En toch, hoewel ook de laatste repetities probleemloos verlopen ijlt het onbestemde gevoel van vanochtend haar de hele dag na. Ze wijt het aan de stress voor morgen, daarin ook bevestigd door haar acteurs die van hetzelfde last lijken te hebben. 

Het boek “Aliens; Angels, Demons or Frogs” had internationaal hoge ogen gegooid in de afgelopen twee jaar. De schrijver, een tot voor kort vrij onbekend kwantumfysicus, had het gewaagd om, in romanvorm, zijn vakgebied toegankelijk te maken voor een groot publiek. Het had hem bepaald geen windeieren gelegd. De filmrechten waren inmiddels verkocht en George Clooney zou een hoofdrol  spelen. In haar bewerking van het boek tot een eigen theaterproductie had ze alle vrijheid gekregen. Ze had besloten haar stuk volledig te centreren rond de vraag “als aliens inderdaad bestaan en onze planeet  bezoeken, is het dan ook mogelijk dat buitenaards bewustzijn zich als menselijk voordoet?” Dit thema intrigeerde haar; we dragen allemaal maskers tenslotte. We kunnen het persona noemen, of ego, of rollen. Feit blijft dat bewustzijn (of het gebrek er aan) vorm kiest. Een gedaante aanneemt. Om te verhullen, te beschermen, af te schermen. Niet iedereen wil gezien worden voor wat hij of zij echt is. Of denkt te zijn. In sprookjes transformeren kikkers tot prinsen. Worden stiefdochters tot koningin gekroond. Zelfs  Lucifer, in zijn huidige gedaante als duivel, was vroeger de hoogste engel naast God. Nu gevallen weliswaar, maar toch. Als in fictie zoveel mogelijk is, wat ligt er dan wel niet aan potentie in de werkelijkheid? Ze was trots op haar stuk. Op de geselecteerde acteurs in haar gezelschap. Kostuums, maskers, decor en muzikale omlijsting waren bepaald niet alledaags te noemen. Morgen, 1 november, zou haar naam gevestigd worden. Daar was ze vrijwel zeker van. 

Tijd heeft geen bestaansrecht hier.  Ruimte doet ook niet mee. Inertie, statische leegte. Alleen ik. Mijn eigen duisternis. Altijd.  Voor eeuwig, tenzij ik morgen mijn enige kans benut. My one and only window of opportunity. 1 November 2010; Samhain. Zeker;  U mag het ook Saun noemen. Zolang we elkaar maar verstaan;  ik kom dan iets claimen dat nu nog van u is. Wat zeg ik; ik eis het op! En daarna is er voor ons beiden geen weg meer terug.  

Op weg naar huis rijdt ze nog even naar de plaatselijke supermarkt. In de waan van de dag  is ze bijna vergeten dat er vandaag ook nog Halloween gevierd moet worden. Dat gaat nu eenmaal aan “Allerheiligen” vooraf. Haar eigen kids willen straks zelf de deuren niet langs, maar vinden het wel leuk om snoep uit te delen aan anderen. Hun versie van “Trick or Treat”.  Vanuit de veiligheid van hun eigen huis durven ze wel een blik op de wereld om hen heen te werpen. De open voordeur, de bewerkte oranje pompoenen, de flakkerende rode kaarsen in het portiek, de verkleedpartijen; zolang ze op eigen grond zijn kunnen ze het allemaal aan. En er zelfs plezier aan ontlenen. Op eigen grond, in je eigen ruimte ben je veilig. Het had haar niet eens veel moeite gekost om ze dat te leren. De genen waren zeer bereidwillig, zogezegd. Veel snoep rijker en  10 euro armer rijdt ze uiteindelijk in het avondschemer haar eigen oprit op. Eten, verkleden, dan kan de pret beginnen. Maskers op natuurlijk… daar hebben ze niet voor niets zoveel tijd en aandacht aan besteed. 

U doet er graag filosofisch over. Ik heb het nu over “het kwaad”. U beschouwt graag. In de veiligheid van leerstoelen en leren stoelen wordt er vaak over gebrabbeld. Oprispingen van een schijnbare verworvenheid. Over hoe universeel het is, dat het insluit maar niemand uitsluit. Hoe er, op een persoonlijk niveau, aan geleden wordt. O, ik beken. Schuldig, ook aan dit euvel. Hoe hoogmoedig was ik eens. Maar ik beloof U, eenmaal weer op solide grond zal ik mij aan “het kwaad beschouwen” niet meer verlekkeren. Ik zal het inhoud geven. Dat beloof ik! Aan U en alle heiligen. 

Het was een bijzondere avond geworden. Spookachtig en spannend tegelijkertijd. Schattig ook, bij tijd en wijle. Een hele parade aan verklede identiteiten was aan hun deur voorbij gegaan. Monsters, heksen, donkere gnomen, vampiers. En een hele kudde niet nader te definiëren nachtwezens. Er lagen nog wat dropveters verloren in een mandje. Kaarsen gedoofd. Kinderen inmiddels ook in bed. Bijna middernacht. 31 oktober 2010 was bijna voorbij. Nog even en Halloween was over. Terwijl ze langzaam terugloopt naar de keuken valt haar blik op de gezichtsmaskers op de vloer. Wat waren ze prachtig; rijk versierd en strak vorm gegeven. Haar kids en zijzelf hadden zich er heel goed, mooi en prettig door gevoeld. Nog even een lekker wijntje en dan focussen op morgen; haar 1ste november, haar debuut.

00.11 uur. De deurbel klinkt. Normaal zou ze daar op dit tijdstip van schrikken. Op haar hoede zijn. Maar vanavond is dat anders. Halloween heeft zo zijn eigen rituelen en gebruiken. Nietsvermoedend loopt ze dan ook naar de deur. 

00.11 uur. Een willekeurig huis. Maar er brandt licht. Dus is er leven. En dat is meer dan ik zelf bij me heb. Overvragen. Onderbieden. U zegt het. Maar ach, wie heeft U ooit een rozentuin beloofd?

00.12 uur. Als ze de deur geopend heeft voelt ze meteen dat het fout zit. Echt fout. Onomkeerbaar. Ze is onbeschermd, was onvoldoende op haar hoede. Zonder haar masker is ze naakt. De prijs voor haar naïviteit  zal ongekend hoog blijken. “Trick or Treat”. De vraag wordt ferm gesteld. En zij voorvoelt dat ze op geen enkele manier bereid is de prijs van haar antwoord te betalen.

00.12 uur. Terwijl het licht mij toeschijnt vanuit de open deur weet ik dat mijn redding nabij is. Ze heeft geen schijn van kans. Net als ik toen, nu precies een jaar geleden. Welk antwoord ze ook geeft, ze kan alleen verliezen. “Trick or Treat; je lichaam en dus je leven OF je ziel nu aan mij geven”. Ik heb niet voor niets gewacht op Allerheiligen natuurlijk. De een haar dood is een ander zijn debuut. Aliens; Angels, Demons or Frogs….ik ben nu al dol op alle rollen die ik zal kunnen gaan spelen. 

00.13 uur Het lot kan wreed zijn. Niemand die dat inmiddels meer zal beamen dan ik. Ook niemand tegen wie ik dat zou kunnen doen overigens. Veroordeeld tot mezelf en mijn eigen gedachten. Overwegend zwart, hoop is een luxe die ik me niet kan permitteren. Getergd tot het uiterste: schuldgevoel heeft niet veel  goeds in petto voor de drager ervan. En schuldig ben ik. Ik werd weliswaar  “gehaald” onder valse voorwendselen maar kan moeilijk beweren dat ik het hem lastig heb gemaakt. Eén vervloekte  vraag en mijn eigen antwoord heeft me de das om gedaan. Het zijn zelden de vragen die een bestaan geheel op zijn kop zetten en doen kantelen. Het zijn de antwoorden,  ondoordacht gegeven. “Trick or Treat”.  Elke keuze heeft consequenties. Bij mij stopt de tijd……

Kort naschrift; 

Geschreven op verzoek van www.Choicez.nl Moest een spannend sprookje zijn, geïnspireerd op Halloween (31/10). Verder geen beperkingen.

Heb er voor gekozen om er Allerheiligen (1/11) bij te betrekken; volgens de oude “heidense” religie de dag waarop alle overledenen van dat jaar ervoor terug komen om een ander (lichaam) in bezit te nemen voor het komend jaar.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 898 other followers